Het kabinet wil de inlichtingen- en veiligheidsdiensten meer bevoegdheden geven, maar vermindert tegelijkertijd op verschillende punten de onafhankelijke controle. Zowel het College voor de Rechten van de Mens als Privacy First waarschuwt dat het conceptvoorstel voor de Wet bescherming nationale veiligheid onvoldoende bescherming biedt tegen inbreuken op grondrechten. Vooral de ruimere hackbevoegdheden, grootschalige gegevensverzameling en beperkingen van het voorafgaande toezicht roepen vragen op.
Het kabinet werkt aan een nieuwe Wet bescherming nationale veiligheid, die de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) moet vervangen. Het voorstel moet de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) beter toerusten om nieuwe dreigingen te bestrijden en administratieve lasten te verminderen.
Het College voor de Rechten van de Mens erkent dat veranderende veiligheidsdreigingen om nieuwe bevoegdheden kunnen vragen. Volgens het College moeten de waarborgen en het toezicht dan wel meegroeien. Dat gebeurt in het huidige voorstel onvoldoende. Privacy First gaat verder en stelt dat de uitbreiding van bevoegdheden, in combinatie met minder toezicht, een bedreiging kan vormen voor de democratische rechtsstaat.
Hacken zonder onafhankelijke toets vooraf
Een belangrijk bezwaar betreft het verminderen van verplichte voorafgaande toestemmingen. Volgens het College maakt het wetsvoorstel het mogelijk om computers en smartphones te hacken zonder dat daar eerst een onafhankelijke toets aan voorafgaat.
Lees verder via governance-web.nl