Op 28 september trok de Nationale Ombudsman opnieuw aan de bel vanwege het nog steeds grote tekort aan standplaatsen voor de woonvorm wagen. Naar zijn oordeel zijn dat er minimaal 4.000 en maximaal 8.000. Dat is een schrikbarend tekort als men weet dat er nu zo’n 9.000 standplaatsen zijn.
Nog een paar cijfers: naar schatting gaat het om 50.000 mensen die van oudsher in een wagen wonen. Nog steeds schattenderwijs zijn 6 tot 10.000 van hen Roma en Sinti en dus 40 tot 44.000 van hen zijn autochtonen: Nederlanders, die zichzelf ‘reizigers’ noemen.
Deze autochtonen zijn in een wagen gaan wonen omdat de manier waarop zij hun kostje verdienden dat vereiste: werken als dagloner/seizoenarbeider, of vanwege ambachten als ketellapper, stoelenmatter, bezembinder, scharenslijper, of als marskramer en handelaar in galanterieën (zoals de heren Dreesmann en de gebroeders Brenninkmeijer); daarnaast zijn er mensen in een wagen gaan wonen vanwege de woningnood. Dit in een wagen gaan wonen speelt zich af rond het begin van de 20e eeuw.
Werden rondtrekkende lieden altijd al met argwaan bekeken, in 1918 vond de regering het nodig om in het ‘kader van de bestrijding van landloperij en bedelarij’ de (1e) Woonwagenwet in te voeren. Deze wet had een sterk politioneel karakter: regels met betrekking tot waar men mocht staan en waaraan een wagen moest voldoen. Ook diende men een vergunning te hebben om in een wagen te mogen wonen.
De 2de Woonwagenwet kwam in 1968 en was erop gericht het trekken en dus de oude kostwinning onmogelijk te maken (verplichte standplaatsen op een groot regionaal centrum). De woonwagenbewoners moesten worden opgevoed tot brave burgers. Vanzelfsprekend werd dit beleid een totale mislukking en al in 1977 werd de wet zodanig gewijzigd dat weer elke gemeente standplaatsen moest inrichten. Dat is maar gedeeltelijk gelukt en dus kampen woonwagenbewoners al ruim een halve eeuw met een tekort aan standplaatsen. De rijksoverheid dacht dat het verder wel allemaal lokaal geregeld zou kunnen worden en hief in 1999 de Woonwagenwet op.
Lees verder via bnnvara.nl