In zijn ESB-artikel trekt Buitenhek (2026) de conclusie dat de kosten van bijna gratis kinderopvang veel hoger zijn dan de maatschappelijk baten. Hij negeert in zijn beschouwing echter belangrijke, maar vooraf moeilijker te kwantificeren maatschappelijke baten.
Thomas van Huizen, Janneke Plantenga
De conclusie van Buitenhek dat investeren in bijna gratis kinderopvang niet zou lonen, staat in contrast met recente studies in de internationale literatuur die gunstige kosten-batenratio’s laten zien van investeringen in kinderopvang. Belangrijk is dat deze studies – in tegenstelling tot Buitenhek – meer baten meewegen dan enkel het directe kortetermijn-arbeidsmarkteffect op ouders met jonge kinderen. Zo nemen Jackson et al. (2025) in een analyse voor de VS anticipatie-effecten van toekomstige ouders en effecten op informele zorgverleners mee. Baker et al. (2026) evalueren de invoering van bijna gratis kinderopvang in Quebec en laten zien dat deze zich op termijn terugverdient via hogere belastinginkomsten en lagere uitgaven aan sociale zekerheid vanwege een positief effect op de carrières van moeders – die effecten zijn nog steeds zichtbaar als kinderen vijftien jaar oud zijn. Silliman en Mäkinen (2026) komen voor Finland tot een soortgelijke conclusie: op de korte termijn zijn de kosten hoger dan de arbeidsmarktbaten, maar op de lange termijn verdient de investering zichzelf terug.
Onderschatting van arbeidsmarktbaten
Dergelijke ex-post-analyses ontbreken voor Nederland omdat we hier nog geen bijna gratis kinderopvang hebben. Wel heeft het CPB een ex-ante-analyse uitgevoerd (CPB, 2020; Bolhaar et al., 2023), gebruikmakend van simulaties. Omdat veel effecten niet goed te schatten zijn, moeten in deze simulaties aannames worden gemaakt, die bepalend zijn voor de uitkomsten.
In ons eerdere artikel beschrijven we hoe die ex-ante-analyse de arbeidsmarktbaten van bijna gratis kinderopvang onderschat (Van Huizen en Plantenga, 2026). Zo wordt om pragmatische redenen een deel van de arbeidsmarkteffecten op nul gezet. Ook wordt geen rekening gehouden met de effecten van meer eenvoud en zekerheid van het nieuwe stelsel: de simulaties schatten in feite een effect van een verhoging van de toeslagen, niet de effecten van de stelselherziening. De analyse blijft bovendien beperkt tot ouders met jonge kinderen; anticipatie-effecten en effecten op grootouders blijven buiten beeld. In de Nederlandse context waar veel grootouders betrokken zijn bij de zorg voor hun kleinkinderen, impliceert dat een onderschatting omdat een deel van de arbeidsmarktbaten zal neerslaan bij informele zorgverleners. Ten slotte wordt in de CPB-analyses geen rekening gehouden met normen die op de langere termijn veranderen door beleid. Kleine initiële veranderingen creëren in de modellen dus geen sneeuwbaleffect met blijvende impact op het arbeidsmarktgedrag van toekomstige ouders. Ook blijven effecten op de carrièreontwikkeling van ouders, die centraal staan in de analyses van Baker et al. (2026) en Silliman en Mäkinen (2026), volledig buiten beeld. Geen wonder kortom, dat de gesimuleerde arbeidsmarktbaten beperkt zijn.
Investeringen zijn altijd lastig te beoordelen omdat de kosten op korte termijn redelijk helder zijn, maar de baten op lange termijn onzeker. Maatschappelijke investeringen zijn in dat opzicht geen uitzondering. Of het nou gaat om investeringen in onderwijs, innovatie of kinderopvang, als de baten moeilijk te kwantificeren zijn, worden ze vaak op nul gezet. Het gevolg is echter dat de politiek de verkeerde ‘prijs’ voorgehouden krijgt wanneer ze financiële keuzes maakt. Het betoog van Buitenhek (2026) illustreert dit probleem: belangrijke baten worden genegeerd en vervolgens wordt de conclusie getrokken dat de kosten van bijna gratis kinderopvang veel hoger zijn dan de maatschappelijke baten. Een gedegen maatschappelijke kosten-batenanalyse probeert de baten zo goed mogelijk te schatten, is helder over de onzekerheid rondom de omvang van de kosten en baten, en is transparant over de baten die niet worden meegenomen.
Effecten van afschaffing IACK
Simulaties kunnen beleidseffecten onderschatten maar ook overschatten. Met de invoering van bijna gratis kinderopvang wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) afgeschaft. Buitenhek betoogt dat de IACK “juist een gerichte en veel effectievere prikkel [is] om te werken” en hij verwacht daarom nauwelijks een positief netto-arbeidseffect van de twee maatregelen – de invoering van bijna gratis kinderopvang en afschaffing van IACK.
Lees verder via esb.nu
Op 4 november is de nieuwe editie van de jaarlijkse Nationale Directeurendag Kinderopvang & Basisonderwijs, NDKB 2026, deze keer over het samen werken aan kwaliteit en maatschappelijk rendement. Georganiseerd door het Haags Congres Bureau en met bijdragen door onder meer Dorien Vader (Blosse), prof. dr. Jochen Devlieghere (Universiteit Gent), prof. dr. Paul Leseman (Universiteit Utrecht), Karen Strengers (BMK), Corné Verhees & Femke Verhaaren (Atalenta) en Kelly Libregts (uw dagvoorzitter). Meer info en de inschrijfmogelijkheid vindt u op de website van het Haags Congres Bureau.