Stichting Beroepseer bestaat in 2026 20 jaar. In deze serie spreken we met de pioniers van het gedachtegoed van Beroepseer, over hun ideeën, de veranderingen die ze in hun sector teweeg hebben gebracht en de uitdagingen die ze daarbij tegenkwamen. In deze derde aflevering Bennie Beuvink: ‘Beroepseer was voor mij als een zuurstofkamer, waar ik nieuwe ideeën kon opdoen.’
Het lijkt misschien of Bennie Beuvink – gepensioneerd wijkagent – gewoon op weg is naar een geschikt café voor het interview, maar ondertussen en bijna ongemerkt neemt hij de omgeving in zich op. Af en toe merkt hij iets op: ‘Plekje voor de fietsen’, ‘klauterbrug voor de kinderen’, en als hij is gaan zitten: ‘Een heel klein beetje afval in het water, wat graffiti op de muur. Daar zou ik wel iets aan doen, want verder ziet er hier heel goed uit.’
‘Out of Office’ staat er op zijn pet, maar Beuvinks hoofd zit zoals altijd vol ideeën. ‘Dat heb ik altijd gehad en dat stopt ook op 69-jarige leeftijd niet. Als kind heb ik zelfs een keer een kap met allemaal draadjes op mijn hoofd gehad om te onderzoeken hoe ik in elkaar stak, maar ik denk dat ik gewoon erg openstond voor mijn omgeving. Ik zie iets, en dan krijg ik meteen een pop-up: dan komt er weer een nieuw idee.’
Hij bevraagt nog altijd dingen die vaak voor vanzelfsprekend worden aangenomen. Waarom is het zo geregeld? En als je het nou eens andersom bekijkt? Kost het wat? Maar wat levert het op? Beuvink is een denker, steeds op zoek naar nieuwe perspectieven, maar wel een denker die de praktijk heel dichtbij houdt. Hij werd het boegbeeld van wijkagenten in buurten met sociaaleconomische achterstanden en hielp mee om hen een plek te geven in binnen de organisatie van de politie. Wijkagenten vormen ‘de voorhoede’ van de politie, stelt hij. Ze leggen dynamieken in wijken bloot, ze bouwen zorgvuldig aan relaties en vertrouwen, juist door te leunen op het vakmanschap van de wijkagent. Dat is nogal wat, in een organisatie die toch bekend staat om structuren en protocollen.
Grinnikend: ‘Ik sta gewoon niet graag vast. Ik zoek altijd hoe iets wél kan.’
Gebiedsgebonden werken
Beuvink leerde al van jongs af aan zelfstandig te zijn. Zijn ouders waren druk met de boerderij en de dieren. ‘Misschien dat die eigenwijsheid van mij daaruit voortkomt.’ Van de boerderij nam hij ook iets anders mee. ‘Ik leerde daar dat dingen stap voor stap tot stand komen. Je begint met zaaien, dan gaat er iets groeien en daarna kun je pas oogsten en de opbrengst opeten of verkopen. Dán heb je pas resultaat. Vanuit die context heb ik de stedelijke omgeving altijd benaderd.’
Lees verder via beroepseer.nl