Gemeenten gebruiken data over hun inwoners om problemen op te sporen voor ze uit de hand lopen. Handig! Maar voor de burger stijgt de kans te worden afgerekend op voorspeld gedrag.
Het stadsdeel Amsterdam-Zuid begon z’n grip op overlastgevende hangjongeren te verliezen. De gemeente had weinig zicht op de jongeren van de ‘Vondelgroep’ en de ‘Sarphatigroep’ – vernoemd naar stadsparken waar ze rondhingen. Dat moest veranderen.
Eind 2015 kreeg een databedrijfje uit Utrecht de opdracht het online netwerk van de bij buurtwerkers bekende hangjongeren te „verkennen” via Facebook. Het bedrijf vond 126 openbare vriendenlijsten van hangjongeren, waar in totaal 64.540 verschillende personen op voorkwamen. Na het wegstrepen van iedereen met minder dan zes onderlinge verbindingen bleven er ruim twaalfhonderd mensen over. Zij werden ieder een bolletje op een kaart. Als het bekenden van de buurtwerkers waren, kregen ze een kleurtje, afhankelijk van het park waar ze hingen. Onbekenden werden een grijs bolletje. Hoe meer onderlinge connecties de jongere had, hoe groter zijn bolletje in het spinnenweb.
Lees verder via nrc.nl

Hoeveel dagen opvang is ideaal? Expert: ‘Drie dagen opvang? Dat is echt niet te veel’
3 basisregels voor regie in de aanpak van polarisatie, radicalisering en extremisme: Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026 – Deel 2
Hans Boutellier: Polarisatie als gemobiliseerde vijandigheid – Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026



