Berichten in de media schetsen vaak een zorgwekkend beeld van het rekenniveau van Nederlandse leerlingen. Maar rekenen Nederlandse basisschoolleerlingen echt zo slecht? Dat ligt een stuk genuanceerder, volgens de Leidse onderwijswetenschappers Marian Hickendorff en Emilie Prast.
Nederlandse en internationale peilingsonderzoeken laten zien dat de rekenprestaties op de basisschool al twintig jaar gelijk zijn. Van een keldering van de resultaten is met andere woorden geen sprake. Bovendien halen bijna alle Nederlandse groep-6-leerlingen (98 procent) het meest basale niveau in het internationale onderzoek TIMSS. Dat percentage is in vrijwel geen enkel ander land zo hoog. Ook ons eigen nationale basisniveau, het fundamentele referentieniveau F1voor het einde van de basisschool, wordt door ruim 90 procent van de leerlingen in groep 8 gehaald. De basis is dus goed op orde.
Hoe zit het met het hogere referentieniveau, het streefniveau 1S? Het streefniveau vormt een verdieping op het fundamentele niveau 1F en bereidt voor op doorstroom naar vmbo-tl, havo en vwo. Bij invoering van de referentieniveaus in 2008 is de ambitie geformuleerd dat 65 procent van de leerlingen niveau 1S zou moeten halen. In de praktijk blijkt dat rond de 45 procent van de groep-8-leerlingen dat niveau haalt. Dat klinkt zorgelijk. Er zijn echter zoveel fundamentele problemen bij de meting van het niveau 1S én de geformuleerde ambitie van 65 procent dat deze resultaten eigenlijk niet bruikbaar zijn om uitspraken te doen over de opbrengsten van het rekenonderwijs. Laat staan dat de resultaten gebruikt kunnen worden om individuele scholen op af te rekenen.
Het goede nieuws is dus dat het rekenniveau al jaren grotendeels stabiel is. En: vrijwel alle leerlingen halen het basisniveau. Dat betekent niet dat er geen ruimte is voor verbetering. Mogelijkheden hiervoor lijken vooral te liggen bij leerlingen die bovengemiddeld presteren, of dat, met betere begeleiding, zouden kunnen gaan doen. Zo laten de TIMMS-resultaten zien dat de spreiding in rekenprestaties in Nederland relatief klein is. Er zijn weinig leerlingen die zeer laag presteren, maar ook relatief weinig leerlingen die zeer hoog presteren.
Lees verder via socialevraagstukken.nl
Op 4 november is de nieuwe editie van de jaarlijkse Nationale Directeurendag Kinderopvang & Basisonderwijs, NDKB 2026, deze keer over het samen werken aan kwaliteit en maatschappelijk rendement. Georganiseerd door het Haags Congres Bureau en met bijdragen door onder meer Dorien Vader (Blosse), prof. dr. Jochen Devlieghere (Universiteit Gent), prof. dr. Paul Leseman (Universiteit Utrecht), Karen Strengers (BMK), Corné Verhees & Femke Verhaaren (Atalenta) en Kelly Libregts (uw dagvoorzitter). Meer info en de inschrijfmogelijkheid vindt u op de website van het Haags Congres Bureau.