07:11
01 december 2020

Decentralisatie en veranderingen in de samenleving vraagt anders denken en handelen van de overheid

Decentralisatie en veranderingen in de samenleving vraagt anders denken en handelen van de overheid

De praktijk van decentralisatie

De afgelopen tijd heb ik als wethouder aan een drietal discussies in het kader van de decentralisatie deelgenomen.De eerste discussie was met de grote aanbieders van de jeugdzorg. Het betrof de aansluiting tussen de lokale teams en de grote jeugdzorginstellingen. De bedoelde aansluiting leidde niet tot het beoogde effect, dat er zorg op maat kan worden geboden en dat er daardoor minder complexe verblijfszorg zou ontstaan. De praktijk wees uit dat de complexe jeugdzorg eerder toenam dan afnam, terwijl de eenvoudige zorgvragen wel verschoven is naar de lokale markt.
De tweede casus ging over beschermd wonen in het kader van psychiatrie en maatschappelijke opvang. Het bleek dat het doel om mensen terug te brengen naar een normaal maatschappelijk functioneren, waarbij wonen en arbeid of zinvolle bezigheden voorwaardelijk zijn, niet voldoende tot stand komt. Er wordt onvoldoende gekeken wat de lokaal ingebedde wenselijke situatie is en welke bijdrage de gevestigde zorgaanbieders aan deze transformatie kunnen geven.
De derde situatie betrof de lokale afstemming tussen Sociale Zaken als backoffice en het generalistenteam welzijn en verstrekkingen. Het afstemmingsproces bleek moeilijk tot stand te komen en leidde tot de nodige verantwoordingsbureaucratie met als uiteindelijk resultaat toch nog maar een beperkte rechtmatigheidsverklaring. Daarbij ontstond dan ook nog eens discussie over welke partner het eigenlijk voor het zeggen heeft.

Ik geef deze drie voorbeelden als illustratie van problemen die bij de decentralisatie kunnen optreden. Bij al deze zaken is geld niet het kernprobleem, want als Nederland jaarlijks 6 miljard euro besteedt aan geestelijke gezondheidszorg, dan is er voor Oirschot 5 miljoen en voor de regio 60 miljoen voor de opvang van mensen met ernstige problemen. Hier kun je echt wel mooie dingen doen zodat maatschappelijke opvang, jeugdzorg en psychiatrie op een goede manier vorm krijgt in de lokale gemeenschappen.

Waar het wel om gaat is dat we durven breken met bestaande gewoonten en uitgangspunten van aanbesteden, marktwerking en verantwoording. De huidige wijze van aanbesteden leidt niet tot echte vernieuwing, maar eerder tot productmatige versplintering, waardoor de cliënt meer als gevaldan als mens wordt benaderd. Het medisch psychiatrisch model ligt nog altijd ten grondslag aan de opvang van mensen met psychische problemen. Een stap voorwaarts is pas te maken als dit model wordt vervangen door sociaal maatschappelijk denken. In dat denken wordt gewerkt aan oplossingen in de context van de levenssferen ( werken, wonen, ontspannen) van mensen, en niet vanuit problemen. Dan kan ,met maatwerk richting worden gegeven aan een oplossing bij zaken zoals vechtscheidingen, werkeloosheid, huisvestingsproblemen, enz. Vaak volstaat een gerichte, maar eenvoudige voorziening of advies, een oplossing net buiten de lijntjes gekleurd.

Beweging in de samenleving

De wens om anders te gaan denken over de aanpak van mensen met problemen kan niet los worden gezien van veranderingen in onze samenleving. Er tekenen zich grote veranderingen af, die hun sporen nalaten bij de burgers die deel uit maken van de samenleving. Een verandering die door de overheid is gesignaleerd en waar op wordt ingespeeld is de mondige burger. De  burger die in staat is zelf keuzes te maken en problemen op te lossen. Dit heeft geleid tot het propageren van de participatiesamenleving, waarin de nationale overheid belangrijke taken overdraagt aan de lagere overheden, en zich op een aantal terreinen terugtrekt. Echter het bijhorend loslaten van controle op perfectie achterwege blijft.

Een tweede verandering is dat het vertrouwen van burgers in de overheid, maar ook in elkaar afneemt. Groeperingen komen tegenover elkaar te staan en de overheid heeft niet voldoende bindingskracht om kloven tussen groepen te dichten. Als derde verandering signaleer ik dat mensen en organisaties hun gedrag en doelen steeds meer laten bepalen door emoties. Ook de overheid ontkomt er niet aan, zo blijkt uit politieke debatten. Er is zelfs een term voor in omloop geraakt: facts free politics. Het risico van deze politiek is dat het tot zwalkend beleid leidt, waardoor de samenleving nog verder op drift raakt, en groeperingen elkaar nog meer gaan bestrijden. En de politiek nog meer gaat sturen op vermeende zekerheid en bureaucratie.

Rol van de overheid

De overheid kan de geschetste ontwikkelingen niet zomaar negeren; zij heeft immers de taak om de grondrechten van alle burgers te waarborgen. Als deze rechten in gevaar komen, hetzij omdat bepaalde groepen onderdrukt gaan worden, hetzij omdat mensen tussen wal en schip raken, dan moet de overheid ingrijpen. Het koersen naar een netwerk- en participatiesamenleving eist dat iedereen op basis van gedeelde kaders, gelijkwaardig en  zinvol kan deelnemen.

Ik ben van mening dat de overheid en haar vertegenwoordigers geen afstand moet nemen van haar burgers en zich achter regels, formaliteiten en bureaucratie verschuilen, maar dat ze juist nabij de burger moet komen. Dat kan als vertegenwoordigers van de overheid de speelruimte krijgen om met inzicht en waar nodig met compassie beslissingen over individuele burgers te nemen.  Ook bestuurders mogen vaker hun menselijk gezicht laten zien en zich persoonlijk uitspreken over bepaalde kwesties, of een reikende hand bieden, om de contacten tussen groepen mensen te verstevigen. Dat hoort bij de voorbeeldfunctie die ze hebben. Ook mogen ambtenaren en bestuurders blijk geven van hun kwetsbaarheid en onwetendheid over bepaalde complexe vraagstukken. We moeten weer een productieve aanpak hanteren door middel van sociaal participatieve oplossingen in de context van een emotiegedreven en uiteengroeiende samenleving, waarin de overheid waar nodig stuurt op samenhang en samenwerking.
Het is dan ook belangrijker dat we in regionaal verband het gesprek aangaan vanuit lokaal perspectief met bestaande en nieuwe zorgverleners over een beter op de samenleving en de burger toegeruste zorgaanbod. Daarnaast zal er met de landelijke overheid en de vereniging van Nederlandse gemeenten vormgegeven moet worden aan een minder bureaucratische kwaliteitscontrole van de nieuwe zorgconcepten en ten slotte zal er ook nagedacht moeten wordende of de huidige vormen van aanbesteden passen bij het verankeren van welzijn en zorg dicht bij een samenleving die haar verantwoordelijkheid wil nemen.


Raf Daenen

Wethouder jeugd en WMO Oirschot

1 comment

  • In de kern ben ik het eens met dit artikel. De eerste stap die gezet moet worden vanuit Colleges is de gemeenteraden als vertegenwoordigers van de burgers overtuigen en aan het werk zetten om de kloof tussen burgers en politiek te verkleinen.
    Gemeenteraden hebben de sleutel in handen om enerzijds de beroepsprofessionals (B&W) echt te laten kantelen naar de burgers toe. Anderzijds zullen de raden de burgers moeten overtuigen dat zij veel meer kunnen dan ze denken.
    Beslismacht meer bij de burgers leggen en van onderop bouwen aan vertrouwen. Gebeurt dit echt? Het zal meer tijd kosten dan je verwacht en het zal een geheel andere taal vereisen. Een taal waarin we niet praten over “sociaal participatieve oplossingen”, “nieuwe zorgconcepten” of “bureaucratische kwaliteitscontrole” maar een taal op straat wordt gesproken om concrete problemen gezamenlijk op te lossen.
    Dat zal een forse opgave zijn voor de beroepsbestuurders en de ambtelijke organisaties die gewend zijn om in bestuurlijke en financiële kaders te denken. Maar ook voor gemeenteraden die misschien al te vaak denken in te halen zeteltjes en het debat neigen te politiseren zonder de dialoog te zoeken met de burgers.

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *