De wetenschap moet af van haar koudwatervrees voor het gebruik van AI, vinden Janine Janssen, Rick van der Kleij en Ander de Keijzer. In plaats van AI angstig af te wijzen, kan ze beter kaders ontwikkelen voor verstandig gebruik ervan.
In vergaderzalen en Teams‑calls merken we het steeds vaker: zodra het gesprek op AI komt, daalt het volume. ‘We gebruiken het een beetje…’ klinkt het dan, alsof iemand een bekentenis doet. Dat vinden wij een gevaarlijke reflex. Wij gebruiken AI en vinden dat we dat openlijk moeten zeggen. Niet om hip te doen, maar omdat wetenschap alleen geloofwaardig is als je laat zien hóé je werkt.
Onlangs verscheen De prijs van het vuur. Technologie en geweld in afhankelijkheidsrelaties. De auteur (Janine Janssen, red) wist aanvankelijk weinig van AI en begon voorzichtig, door haar eigen teksten te laten samenvatten. Juist in die ogenschijnlijk simpele stap begint het leren. Je ziet onmiddellijk waar de nuance vervlakt, waar accenten verschuiven, en waar de structuur verbetert. In die oefenruimte worden de contouren zichtbaar van wat AI wel en niet kan. Precies de kennis die nodig is om het gereedschap goed te gebruiken.
Lees verder via socialevraagstukken.nl

Hoeveel dagen opvang is ideaal? Expert: ‘Drie dagen opvang? Dat is echt niet te veel’
3 basisregels voor regie in de aanpak van polarisatie, radicalisering en extremisme: Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026 – Deel 2
Hans Boutellier: Polarisatie als gemobiliseerde vijandigheid – Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026



