Als het in beleidsstukken over buurten gaat, is er meestal een probleem. Buurten verloederen, ze zijn onveilig, te divers – kortom, als buurt kun je maar beter niet ontdekt worden door beleidsmakers en hun onderzoeksvrienden, dan is er iets mis. Ik ben er eerlijk gezegd zelf ook zo een, een beleidsfluisteraar die al gauw problemen ziet. Zo pleit ik in het essay Weerbare wijken tegen ondermijning (Verwey-Jonker Instituut, 2019) met enkele collega’s voor een offensief wijkenbeleid om criminaliteitsproblemen tegen te gaan. Daar zijn goede redenen voor.
Wijken met weinig perspectief fungeren als voedingsbodem voor (drugs)criminaliteit. Omgekeerd ondermijnt georganiseerde misdaad de sociale kwaliteit van de wijk. Het een versterkt het ander. Het kan dan gaan om ‘witte’ wijken, waar men van oudsher de overheid en politie liever ziet gaan dan komen. Ze hebben een gesloten cultuur met een eigen moraal – denk aan de vreugdevuren in Den Haag. Maar vaak zijn het superdiverse stadswijken, waar de professionals verdwaald raken in een complexe mix van culturen, informele economische activiteiten en gesloten groepen.
Lees verder via kis.nl

Hoeveel dagen opvang is ideaal? Expert: ‘Drie dagen opvang? Dat is echt niet te veel’
3 basisregels voor regie in de aanpak van polarisatie, radicalisering en extremisme: Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026 – Deel 2
Hans Boutellier: Polarisatie als gemobiliseerde vijandigheid – Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026



