01:24
05 december 2021

‘Vroeger noemden we zo iemand de dorpsgek’ – Interview met Godfried van Gestel over verwarde personen en veelplegers

‘Vroeger noemden we zo iemand de dorpsgek’ – Interview met Godfried van Gestel over verwarde personen en veelplegers

Interview met Godfried van Gestel, spreker/trainer tijdens de HCB Cursus ‘Integrale Persoonsgerichte Aanpak’ die start op 11 november in Den Haag. Georganiseerd door het Haags Congres Bureau.

Lees hier een kort beschrijvend cv van Godfried van Gestel.

Deze tekst is in 2020 (Prometheus Amsterdam) gepubliceerd in het boekje “Om een gemeenschappelijk huis” van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA ISBN 978 90 446 4549 1

Het gaat getalsmatig niet om veel mensen, maar met elkaar zijn zogeheten ‘verwarde personen’ wel verantwoordelijk voor een groot en toenemend aantal delicten. Voor een belangrijk deel moet de samenleving zich deze trend aanrekenen, zegt Godfried van Gestel, en het is onze gedeelde verantwoordelijkheid het tij te keren, vindt hij.

Een groot gebouwde, sterke man. IQ: rond de 60. In zijn jeugd met allerlei therapieën en maatregelen geconfronteerd. Hij snapt ze niet. Gaat zich machteloos voelen. Wordt radeloos. Drugsdealers merken hem op. Hij wordt loopjongen. Werkt zich op. Gaat stelen, begint zelf te gebruiken, gedraagt zich steeds agressiever, wordt veelpleger. Op een dag wordt-ie opgepakt. Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders, twee jaar gevangenis en verplichte zorg. Op een andere dag, twee jaar later, komt meneer weer vrij. En nu?
Deze man staat symbool voor een problematiek waar ons overgereguleerde landje geen passende oplossing voor heeft, zegt Godfried van Gestel. Een justitiële maatregel lost het probleem niet op als er geen goed vervolg aan gegeven wordt. Ook na detentie moet er vaak in een (semi)gedwongen setting zorg verleend worden maar adequate zorg kan door patiënt geweigerd worden. Protocollen passen niet, maatwerk ontbreekt. Gevolg: recidive, individuele teloorgang, een berg kosten en nul komma nul vooruitgang voor wie dan ook.

Van Gestel zat aan het begin van deze eeuw aan de tekentafel van de Zorg- en Veiligheidshuizen, waarvan er inmiddels ongeveer dertig zijn. Een Zorg- en Veiligheidshuis is, anders dan de naam doet vermoeden, geen instituut of gebouw, maar een netwerkorganisatie. Een- of tweemaal per week schuiven bevoegden van de lokale overheid, justitie en betrokken zorginstellingen aan een grote tafel. Preciezer: mensen van de politie, reclassering, ggz, psychiatrie, verslavingsproblematiek, maatschappelijke opvang en een lvb-specialist.
Het zijn professionals die elkaar zonder die netwerksamenwerking met goede privacy-afspraken en vertrouwen in elkaar niet makkelijk zouden spreken. Maar nu dus wel. Ze nemen met elkaar actuele casuïstiek door. Verward persoon A. moet volgende week naar een andere instelling, hoe kunnen we dat het beste begeleiden? Mevrouw B. komt over drie maanden vrij, hoe gaat haar resocialisatie eruit zien? Meneer C. zit er in zijn maatregel compleet doorheen, welke alternatieven zijn er voor hem? Er wordt afgestemd, er worden afspraken gemaakt en er worden resultaten gemonitord.

Deze samenwerking tussen lokale overheid, justitie en zorg is van onschatbare waarde, zegt Van Gestel. Te veel mensen, vindt hij, vallen op het ogenblik tussen wal en schip. Hij doelt daarbij, enigszins versimpeld en licht gechargeerd, op mensen met veelal een licht-verstandelijke beperking die zelf met problemen (mentaal en fysiek) kampen en in de samenleving problemen veroorzaken. De politie weet er geen raad mee, de psychiater niet, de burgemeester niet.
In Tilburg, zo liet Van Gestel in 2016 uitzoeken, gaat het om 84 mensen. Dat is op een stad met 200.000 inwoners niet veel, zegt hij, “maar als je vervolgens berekent dat zij samen voor zo’n 2.500 delicten per jaar zorgen, dan hebben we het wel ergens over.” Daar komt bij dat hun ‘zorgconsumptie’ op jaarbasis 56.000 euro per persoon bedraagt.
Wie de aantallen en bedragen extrapoleert naar de rest van de samenleving, komt zeer waarschijnlijk tot de conclusie dat er iets niet goed gaat. Tot die bevinding bracht uitvoerig onderzoek Van Gestel in ieder geval wel. De zorg aan deze mensen helpt geen mallemoer, zag hij, en doordat het aan samenwerking tussen zorg, gemeente en justitie ontbreekt, raken de mensen in een neerwaartse spiraal en lokale samenlevingen op den duur verder ontwricht. (Het aantal incidenten met verwarde mensen blijft toenemen, blijkt uit cijfers van de politie. In de eerste helft van 2020 kreeg de politie 47.632 meldingen waarbij verward gedrag een rol speelde. Dat is 8 procent meer dan een jaar eerder.)
Om die trend te doorbreken, bedacht hij, samen met anderen, de Zorg- en Veiligheidshuizen. Puur op basis van casuïstiek kon Van Gestel aantonen waar de dingen spaak liepen – en hoe ze beter konden. Veel mensen hebben baat bij zorg met drang en dwang, luidde een van zijn conclusies. “Niet om ze te straffen of hun vrijheid te belemmeren, maar om te zorgen dat er weer een vorm van welzijn in hun leven komt. Zelf willen ze vaak niks, kunnen ze ook niks; en dat hebben we, denk ik, zelf veroorzaakt. Enerzijds door talrijke bezuinigingen, anderzijds door een afnemende maatschappelijke tolerantie ten opzichte van mensen met afwijkend gedrag. Dat het aantal meldingen bij de politie stijgt, heeft daarmee denkelijk te maken. Men ziet iemand op straat met een blik bier in de hand iets raars roepen en belt de politie. Vroeger noemden we zo iemand de dorpsgek. Hoe het ook zij, ik zie het als onze gedeelde verantwoordelijkheid deze mensen, en daarmee ook de samenleving in bredere zin, nu te helpen.”

Voor beleidsadviezen aan instituten en organen zijn de Zorg- en Veiligheidshuizen niet primair bedoeld, maar op basis van terugkerende casuïstiek wordt er wel geregeld een signaal afgegeven. “Er zitten best wel wat weeffouten in ons systeem” zegt Van Gestel. Denk aan zorginstellingen die money-driven opereren (en dus alleen mensen opnemen die geld en liefst niet te veel gedoe opleveren), overheden die te veel penny wise, pound foolish denken (‘als we iemand opsluiten, is hij ten minste weer even van de vloer’), een zorgsysteem dat de boel al dan niet doelbewust traineert (door bijvoorbeeld ruim de tijd te nemen voor indicaties en machtigingen die eigenlijk stante pede afgegeven moeten worden) en zorgverzekeraars die de kas liever gevuld houden (door bijvoorbeeld een ‘Wlz-klant’ liever ‘Wmo-klant’ te maken, want dan hoeven zij niet voor de kosten op te draaien).
Hoewel Van Gestel verwacht dat de ‘beleidssignalen’ vanuit de Zorg- en Veiligheidshuizen op termijn hun vruchten afwerpen, hoopt hij boven alles “dat het mensen binnen de samenwerking lukt om met elkaar over warme lijven te blijven praten met levensechte problemen. Dat we ervoor zorgen dat deze mensen op hun manier ook een beetje gelukkig kunnen zijn. En ik weet inmiddels waar ze gelukkig van worden: rust, rust, rust. En daarbij: een hond, een tuintje, dagbesteding.”

Meer leren van Godfried van Gestel, Frank van Summeren, Danny Jacksteit en Robert van Brakel over een integrale persoonsgerichte aanpak? Kom naar de HCB Cursus ‘Integrale Persoonsgerichte Aanpak 2021’ die start op 11 november in Den Haag.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

drie × vier =