Het kabinet heeft de knoop doorgehakt over hoe het toezicht op kunstmatige intelligentie (AI) in Nederland wordt ingericht. In een brief aan de Tweede Kamer zet staatssecretaris Aerdts , van Economische Zaken de koers uit: geen centrale ‘AI-autoriteit’, maar een samenspel van tien bestaande toezichthouders onder coördinatie van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI).
Met de komst van de Europese AI-verordening krijgt Nederland te maken met strenge regels voor een technologie die bijna elke sector raakt. Of het nu gaat om algoritmes die sollicitanten beoordelen, medische apparatuur of chatbots: de overheid wil dat AI veilig en betrouwbaar is. “Kansen kunnen alleen benut worden als er vertrouwen bestaat vanuit burgers en bedrijven,” aldus Aerdts.
Het risicomodel: Hoe gevaarlijker, hoe strenger
De nieuwe regels werken volgens een verkeerslichtsysteem. Bepaalde AI-toepassingen, zoals systemen die mensen manipuleren of gezichten op grote schaal ongericht scannen, worden volledig verboden. Voor ‘hoog-risico’ systemen — denk aan AI in het onderwijs, de zorg of bij de overheid — gelden strenge eisen op het gebied van databeheer en transparantie. Simpele chatbots hoeven alleen duidelijk te maken dat je met een machine praat.
Lees verder via dutchitchannel.nl

3 basisregels voor regie in de aanpak van polarisatie, radicalisering en extremisme: Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026 – Deel 2
Hoe herken je radicalisering?
Op papier compliant, in de praktijk kwetsbaar




