Het toezicht op de kinderopvang zit vast in zijn eigen ontwerp. Gemeenten, GGD’en, toezichthouders en aanbieders moeten werken binnen een stelsel dat tegelijk uniformiteit verlangt en decentrale verschillen voortbrengt, open kwaliteit nastreeft maar gesloten normen hanteert, en publieke belangen probeert te beschermen in een private markt. Dat levert frictie op in de praktijk en in het beleid. Op basis van recent onderzoek laten we zien hoe deze paradoxen doorwerken in toezicht en handhaving en welke vragen dat oproept voor de toekomst van het stelsel.
Toezicht en handhaving op de kinderopvang krijgen vorm in een ingewikkeld stelsel dat berust op een aantal paradoxale inrichtingskeuzes. Toezichthouders voelen zich bekneld in een keurslijf van gedetailleerde regels en dichtgeregelde inspecties. Aanbieders, aan de andere kant, klagen over toezichtlast door frequente, maar weinig uniforme inspecties in de 25 GGD-regio’s. Zij ervaren willekeur door de verschillen in de manier waarop GGD’en en gemeenten toezicht en handhaving uitvoeren. Veldpartijen hebben behoefte aan het stimuleren van kwaliteit via open normen, maar de angst voor een race naar de bodem is groot in een competitieve markt. Daardoor zijn de regels in de sector juist heel strikt en gesloten van aard.
Deze situatie levert twee vraagstukken op. Ten eerste de vraag hoe het zit met de decentrale verschillen in het toezicht, en of gecentraliseerd toezicht kan zorgen voor meer uniformiteit en voorspelbaarheid. Ten tweede de vraag of meer ‘principegestuurd’ toezicht, gebaseerd op open normen, een manier zou zijn om uit de hierboven geschetste impasse te bewegen. Naar die twee vraagstukken hebben wij de afgelopen jaren verschillende onderzoeken gedaan vanuit USBO Advies en AEF in opdracht van het ministerie van SZW.
Lees verder via platformoverheid.nl

Bezorgde burgers? Hoe rechts-extremisme structureel aanwezig is bij anti-azc-protestbeweging Defend Netherlands
Een nieuw wiel of een betere auto? 3 redenen en 3 randvoorwaarden voor samenwerken in toezicht
Raad van State ziet mogelijkheden voor wet tegen verheerlijking terrorisme, maar eist eerst duidelijkere afbakening



