10:31
24 november 2020

pUZI’s en criminele spijbelaars en hoe criminaliteit van jongeren te voorkomen!

Nederland is voor mij het veiligste land van de hele wereld. Natuurlijk is er in het verleden in Zwitserland minder oorlog geweest. In IJsland kun je na een fikse sneeuwbui uitglijden en je enkel verstuiken.  En als je heel erge pech hebt dan ontploft daar een vulkaan waardoor je vliegtuig vertraging oploopt. Nederland is helemaal veilig als je het naast de brandhaarden van deze wereld legt.  De brandhaarden lopen leeg. Op zoek naar veiligheid stromen de veilige landen bijna over met veiligheidsvinders.

In Nederland hebben we voor ieder potentieel onveiligheidje  een heuse instelling.  Een wankel kinderstoeltje , een naar benzine ruikend tankstation of vrij lopende criminelen: de veiligheid wordt bewaakt door een veelheid aan legers van ambtenaren, consultants,  politieagenten en  politici.  En mocht er heel per ongeluk geen Nederlandse instelling te vinden zijn die over een nieuw uitgevonden onveiligheidje gaat dan is er wel een Brussels substituut te vinden.
Al die legers hebben stapels papier (of een digitale variant hiervan) als enige wapen.  Die pUZI’s  (papieren UZI’s) zouden er voor moeten zorgen dat iedereen in pas loopt en dat ieder onveiligheidje onvindbaar is. Het blijft jammer dat er de nodige overbodige pUZI’s zijn.

Als jeugdige criminelen het te bont maken krijgen zij een verplichte begeleiding opgelegd door de rechter of door de officier van justitie. Deze jongeren moeten zich dan houden aan de afspraken die met de jeugdreclassering worden gemaakt. Dit betekent bijvoorbeeld dus dat je naar school moet gaan en dat je niet zo maar weg kunt blijven als je in gesprek moet met de jeugdreclassering.  Het grote risico is dat je als jongere weer achter de tralies komt als je geen zin meer hebt in je school  of wanneer je chillen met je vrienden  toch even belangrijker vindt dan het gesprek met die zeurkees van de jeugdreclassering.

Hoe zou  het dan toch komen dat lang niet iedere criminele jongere naar school gaat? Om er helemaal zeker van te zijn dat er geen fouten gemaakt zijn bij het terugmelden van criminele spijbelaars (of zijn het spijbelende criminelen) zijn er nogal wat controle mechanismen in gebouwd. Eerst moet de jeugdreclasseerder de strapatsen van de spijbelende  jongere op papier zetten. Vervolgens moet het voorgenomen besluit geagendeerd worden voor het wekelijkse teamoverleg. Als alle teamleden hun plasje over het terugsturen van de jongeren gedaan hebben dan moet de Raad voor de Kinderbescherming controleren of de terugmelding volgens alle protocollen verlopen is. Vervolgens vraagt  de Raad voor de Kinderbescherming  aan de Officier van justitie wat hij of zij vervolgens gaat doen. Uiteindelijk moet de rechter bepalen of die jongere terugmoet naar het gevang.

Het gevolg is dat de jeugdreclasseerder een kei wordt in het uitgebreid rapporteren van veelvuldige overtredingen van de jongeren. In dat rapport moet het team, de Raad voor de Kinderbescherming,  de Officier van Justitie en de rechter overtuigd worden van de noodzaak van het naar school gaan. De kans is heel erg voor de hand liggend dat er iemand van mening is dat de jongeren nog een kans verdient of dat je als jeugdreclasseerder nog een stapje extra moet maken om de jongere te motiveren voor zijn schoolgang.

Ingewikkeld om dit  te veranderen? wat zou er op tegen zijn als de jeugdreclasseerder direct bij de eerste spijbeldag de telefoon pakt en de Officier van Justitie belt om te bespreken wat de vervolgstappen zijn. De volgende dag hoort de jongere al wat de Officier vindt van het spijbelgedrag.

Dit moet toch te regelen zijn? Ik weet zeker dat Nederland dan helemaal het veiligste land van de wereld blijft.

Henry Janssen, onafhankelijk adviseur jeugdcriminaliteit

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *