De politie doet te weinig om voortvluchtige criminelen op te sporen. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Politie en Wetenschap. Naar zware criminelen wordt actief gezocht, maar driekwart van de 11.000 voortvluchtigen in Nederland heeft een straf van minder dan twee maanden cel openstaan. Naar die groep wordt nauwelijks gezocht, zeggen de onderzoekers. Bovendien delen overheidsdiensten essentiële gegevens niet.
De eerste 90 dagen zijn politiebasisteams verantwoordelijk voor het opsporen van voortvluchtige criminelen. Zij gaan in die periode zo’n drie keer langs bij de crimineel om te kijken of die alsnog aangehouden kan worden.
Na die 90 dagen is het afhankelijk van de straf of er nog veel moeite en tijd worden gestoken in het pakken van de crimineel. Als de straf onder de 120 dagen is, gebeurt dat volgens de onderzoekers niet. De voortvluchtige wordt dan pas aangehouden als hij tegen de lamp loopt. Slechts bij een paar politie-eenheden wordt er meer tijd geïnvesteerd in het opsporen van mensen die voortvluchtig zijn.
Lees verder via Politie&Wetenschap in de publicatie De Onvindbaren
Bron: NOS

3 basisregels voor regie in de aanpak van polarisatie, radicalisering en extremisme: Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026 – Deel 2
Hans Boutellier: Polarisatie als gemobiliseerde vijandigheid – Impressie HCB Seminar De Veilige Gemeente 2026
Deze kinderopvang is volledig digitaal en werkt met AI




