07:11
26 november 2020

Expired: Jeugdreclassering, hoe verder?

Vanaf 1990 is de jeugdreclassering stapje voor stapje opgebouwd in Nederland.
Rond 2013 is het generalistisch werken geïntroduceerd.  Medewerkers van het Bureau Jeugdzorg werden niet alleen gezinsvoogd maar ook jeugdreclasseringsmedewerker en in sommige plaatsen ook nog jeugdbeschermer in zogenaamde drangsituaties: vrijwillige begeleiding maar absoluut  niet vrijblijvend. Generalistisch werken is een mooi eufemisme geworden voor alleskunner. Omdat het aantal gezinsvoogdijzaken groot is ten opzichte van het aantal jeugdreclasseringszaken ligt, is de generalistische gezinsvoogd een hardwerkende, bijklussende jeugdreclasseringsmedewerker geworden.

Na de transitie in januari 2015 bestond het Bureau Jeugdzorg niet meer. Verreweg de meeste Bureaus veranderde hun naam  in iets met “jeugdbescherming”. Op deze manier werd de kerntaak van de Bureaus veel zichtbaarder. Tegelijk werd het toezicht en de zorg voor jeugdige criminelen onzichtbaarder. Hoewel er hele mooie werkwijzen op papier verschenen en nog enthousiastere medewerkers rondliepen, blijkt van het daadwerkelijke toezicht minder  terecht te komen. Ik vind het van essentieel belang dat de strafrechtelijke toezichthouders affiniteit en passie met de jeugdige crimineel hebben. Het blijkt toch heel lastig om via een paar cursussen het vak van jeugdreclasseerder onder de knie te krijgen. Professionaliseren van het vak lukt echt niet als een caseload bestaat voor een klein deel uit jeugdstrafzaken.  
Deskundigheid, ervaring en passie ontwikkelen zich pas als deze cursussen samen smelten met ervaringen uit de echte wereld.

Ik heb de scenario’s bij elkaar gezet die kunnen leiden tot een beter toezicht op de “boefjes” in onze samenleving.

  1. Doorgaan op de ingeslagen weg: generalisten zullen dan nog  veel scholing moeten volgen en nog  meer ervaring opdoen om zich ook generalistisch jeugdreclasseerder te kunnen noemen.  
  2. Gecertificeerde instellingen kunnen teams organiseren die zich richten jongeren met criminele problematiek. Generalistisch als het gaat om de juridische titel (ondertoezichtstelling  of jeugdreclasseringsopdracht), specialistisch als het gaat om de type problematiek.
    Binnen de gecertificeerde instellingen zullen dit teams worden die altijd een kleine minderheid in een organisatie zullen zijn.  Voor veel bestuurders zal dit in organisatorisch en financieel opzicht niet wenselijk zijn.
  3. Gecertificeerde instellingen gaan een samenwerkingsverband aan met de instellingen voor volwassenreclassering. Gezamenlijke teams worden ingericht voor jongeren en jongvolwassenen tot 23 jaar. Aan de grootte van de teams zal het niet liggen, maar zijn er bestuurders die deze drastische wijziging in hun strategie aandurven?

En als één van de volwassen-reclasseringsorganisties zich certificeert voor de jeugd? Dit heeft veel invloed op de besluitvorming van de bestuurders van de gecertificeerde instellingen. Maar of gemeentes in zee zullen gaan met een organisatie die in de praktijk nog nooit een criminele peuter  van 15 of 16 jaar hebben begeleid, ik betwijfel het of gemeentes dit risico gaan nemen.

Uiteindelijk bepalen gemeentes welk scenario voor hun inwoners werkelijkheid wordt.

Henry Janssenonafhankelijk senior adviseur jeugdcriminaliteit

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *