10:55
03 augustus 2021

Gastblog Irene Plas: ‘Ik wilde m’n kinderen de eenzaamheid van een geheim besparen.’

Toen de oudere broer van Irene Plas ontdekte dat hij homo is, voelde zij zich geconfronteerd met de vraag: hoe maak ik homoseksualiteit bespreekbaar bij mijn kinderen? En: hoe creëer ik een zodanig veilige omgeving voor hen, dat zij geen schroom voelen om over hun geaardheid te praten? Dit beschrijft zij in de volgende, prachtige gastblog.

‘Zelf kom ik uit een omgeving die erg duidelijk alles wat niet hetero was afwees. De Bijbel sprak immers in niet mis te verstane woorden over dit onderwerp. En die ene leraar op onze christelijke basisschool waarvan gefluisterd werd dat hij homo was, eigenlijk hoorde hij er niet te werken. Hij zou de jongens eens kunnen aansteken. Of…was hij wel te vertrouwen met kinderen?

Dit had grote gevolgen in ons gezin toen mijn oudere broer ontdekte dat hij homo was. Hij trok zich terug in zijn eigen kamer, zijn wereld, en verborg zijn grote geheim achter een dikke muur van rebelse puberteit. In een nichtje van dezelfde leeftijd vond hij een lotgenote met wie hij sindsdien veel omging.

Pas jaren later hoorde ik via een omweg over zijn homofilie, waarvoor thuis nooit ruimte zou zijn geweest. We zijn ruim een kwart eeuw verder en hoewel ik vermoed dat hij weet dat ik het weet, heb ik nog nooit uit zijn eigen mond mogen horen dat hij homo is. Dat hij zich blijkbaar nog steeds niet veilig (genoeg) voelt, begroot me.

Ik heb hierdoor veel na moeten denken over dit thema. En heb in kleine stapjes dat rigide denksysteem van mijn jeugd verlaten. Daarmee zeg ik niet dat ik nu een klip en klaar, afgebakend standpunt heb over homoseksualiteit. Maar wel dat ik in het opvoeden van mijn pubers pro-actief heb ingestoken op dat onderwerp. Ik wilde het vooral net zo bespreekbaar maken als het weer.

Aan de keukentafel, tussen de bammetjes smeren (“hé, niet zo veel hagelslag!”) en het inschenken van de thee (“wil je er melk in?”) kwam het ter sprake. Ik probeerde hun vragen te beantwoorden (“dus wij krijgen nooit een tante daar? Oooh, jammer…”, “Maar hoe zit dat dan precies?”) en toonde ook mijn twijfel en gebrek aan kennis. Voor alles wilde ik ervoor waken om als een bijbelvaste houwdegen met ogenschijnlijk ijzersterke verzen los te knuppelen op wat kwetsbaar is. Want het kan nooit de bedoeling zijn geweest om het Woord dat ons tot leven wekt, te misbruiken of om mijn standpunt meer lief te hebben dan m’n naaste.

En ik drukte ze op het hart, nog voor ze in de puberteit kwamen, om het ook te vertellen, als ze ontdekten dat ze homo of lesbisch waren. Ik zou niet minder van ze houden. In mijn verwachting hield ik rekening met die optie; de eenzaamheid en de (terechte) angst voor afwijzing waarmee mijn broer al die jaren heeft moeten worstelen wilde ik ze besparen. De rest was van latere zorg.

Inmiddels is duidelijk dat ze allemaal op het andere geslacht vallen. Of ik onnodig tijd en moeite in dit thema gestoken heb? Ik denk het niet.

Want nergens in de Bijbel lees ik een voetnoot bij het vers “Komt allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven,” waarin staat: “Geldt niet voor LGTB”. Die hebben we er vaak wel stiekem ingemoffeld. De winst is dat mijn kinderen leerden om niet met een veroordelende, maar inclusieve, open houding om te gaan met en te spreken over iedere naaste. En in een kerk waar veel leden nog zo denken zoals ik in de eerste twee zinnen beschreef, is dat meer dan nodig.’

Bron: John Lapré  Travels 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 + 6 =