11:29
14 augustus 2020

Verschillend organiseren, verschillend functioneren? De invloed van de organisatie van Jeugd- (en Gezins)teams op het teamfunctioneren

Verschillend organiseren, verschillend functioneren? De invloed van de organisatie van Jeugd- (en Gezins)teams op het teamfunctioneren

Laura Nooteboom MSc, Janna Eilander MSc, Dr. Joris van der Voet e.a. . (2020). Verschillend organiseren, verschillend functioneren?. Beleid en Maatschappij (47) 1, 3-20.

Inleiding
Introductie en doelstelling

De gemeenten zijn sinds de transitie van de jeugdhulp op 1 januari 2015 zowel inhoudelijk als financieel verantwoordelijk voor de jeugdhulp in Nederland. De taken en verantwoordelijkheden van de gemeenten zijn verankerd in de nieuwe Jeugdwet (Eerste Kamer der Staten-Generaal 2013/14). Op basis van de wettelijke afspraken wordt op lokaal niveau invulling gegeven aan de nieuwe structuur. De organisatie van jeugdhulp kan per regio of gemeente verschillen, maar is overal gebaseerd op de transformatiedoelen die in de nieuwe Jeugdwet zijn geformuleerd (Rijksoverheid & VNG, 2014). In de transformatiedoelen staat onder andere beschreven dat het belangrijk is om uit te gaan van de eigen regie en de eigen kracht van gezinnen, het sociaal netwerk in te zetten, tijdig juiste hulp op maat te bieden en samen te werken aan een integraal hulpaanbod (Eerste Kamer der Staten-Generaal 2013/14).

Sinds de transitie zijn in de meeste gemeenten wijkteams actief, ook wel Jeugd- (en Gezins)teams genoemd (Arum & Van den Enden, 2018). Het oprichten van deze multidisciplinaire teams moet helpen om de transformatiedoelen te bereiken, onder meer doordat deze teams op lokaal niveau laagdrempelig en vroegtijdig hulp bieden bij opvoed- en opgroeivragen en ze expliciet als doel hebben om de regie bij ouders en jongeren te laten (Eerste Kamer der Staten-Generaal 2013/14). De professionals uit de Jeugd- (en Gezins)teams verwijzen alleen door naar specialistische zorg wanneer dat nodig is en zijn een spin in het web in samenwerking met de ketenpartners, waaronder scholen, huisartsen en de jeugdgezondheidszorg (Basisdocument coöperatie Jeugd en Gezinsteams Holland Rijnland, 2015; Eilander e.a., 2017).

Hoewel op het moment van schrijven 88 procent van de Nederlandse gemeenten werkt met Jeugd- (en Gezins)teams, bestaan er tussen gemeenten veel verschillen in de manier waarop deze teams zijn georganiseerd (Arum & Van den Enden, 2018). Zo zijn er verschillen in de samenstelling van de teams: in sommige gemeenten zijn de Jeugd- (en Gezins)teams samen met teams voor volwassenen onderdeel van integrale ‘0 tot 100’-teams, terwijl er in andere gemeenten specifieke teams zijn voor hulpverlening aan jeugd en volwassenen (Arum & Van den Enden, 2018). Een ander verschil bestaat op het gebied van de aansturing van de teams. In sommige gemeenten zijn de Jeugd- (en Gezins)teams in sterke mate zelfsturend, terwijl de teams in andere gemeenten opereren onder leiding van een teamleider, teammanager of coördinator (Eilander e.a., 2017). De grote diversiteit tussen gemeenten lijkt te suggereren dat gemeenten bij het decentraliseren ieder voor zich hebben getracht het wiel uit te vinden om zo optimaal mogelijk aan te sluiten bij de lokale behoeften.

Nu de Jeugd- (en Gezins)teams in vrijwel alle gemeenten operationeel zijn, is het tijd om de onderlinge verschillen in de organisatie van de teams verder te bestuderen. Onderzoek naar teams in de jeugdhulpverlening bestaat nauwelijks, maar uit onderzoek naar teams in de managementwetenschappen weten we dat hoe hoger de kwaliteit van het teamfunctioneren, hoe hoger de kwaliteit van het primair proces (Kuipers & Groeneveld, 2014; Evans & Dion, 1999; Mesmer-Magnus & DeChurch, 2009). Onderzoek in de zorg laat zien dat teamprocessen belangrijk zijn voor de kwaliteit van de dienstverlening (Poulton & West, 1999). Uit onderzoek blijkt dat aspecten als onderlinge samenwerking of samenwerking met ketenpartners van invloed kunnen zijn op teamprestaties (Kuipers & Groeneveld, 2014). Daarnaast kunnen verschillende vormen van leiderschap samenhangen met de effectiviteit van teams (Kozlowski & Ilgen, 2006; Zaccara, Heinen & Shuffler, 2009).

Onder andere in het kader van doorontwikkeling van de Jeugd- (en Gezins)teams wordt in veel gemeenten nagedacht over het verbeteren of veranderen van de wijze van organiseren van deze teams. Er is echter weinig inzicht in de gevolgen van verschillende manieren van organiseren voor het functioneren van de Jeugd- (en Gezins)teams, terwijl er lokaal wel grote verschillen in de organisatie bestaan. In dit onderzoek worden Jeugd- (en Gezins)teams uit twee regio’s met een zeer uiteenlopende wijze van organiseren met elkaar vergeleken. De uitkomsten van dit artikel kunnen richting geven aan beleidsmakers en jeugdhulporganisaties wat betreft het opzetten en doorontwikkelen van de Jeugd- (en Gezins)teams.

In dit artikel combineren we kwantitatieve en kwalitatieve data uit twee regio-overstijgende onderzoeken naar het intern functioneren van Jeugd- (en Gezins)teams: het onderzoek ‘Teamwerk in de Wijk’ en het onderzoek van de Academische Werkplaats Gezin aan Zet. Twee regio’s met een zeer uiteenlopende wijze van organisatie van de Jeugd- (en Gezins)teams worden in dit artikel met elkaar vergeleken: de gemeente Den Haag en de samenwerkingsregio Holland Rijnland. Deze regio’s verschillen van elkaar in de directe aansturing: de Jeugd- (en Gezins)teams in Den Haag worden aangestuurd door een manager, terwijl de teams in Holland Rijnland in sterke mate zelfsturend zijn en worden ondersteund door een coach. In onze vergelijking tussen deze twee regio’s gaan we in op de manier waarop de teams worden aangestuurd, de samenwerking binnen de teams en de rol van regels en procedures. De onderzoeksvraag in dit artikel luidt: in hoeverre heeft de wijze van organisatie van de Jeugd- (en Gezins)teams invloed op het teamfunctioneren? Daarbij richten we ons op een viertal aspecten die ten grondslag liggen aan het teamfunctioneren, welke in het theoretisch kader verder gespecificeerd worden.

Allereerst zullen we ingaan op de verschillende wijzen van organiseren in de twee regio’s, waarna verschillende aspecten worden beschreven die volgens de literatuur bijdragen aan het functioneren van de teams. Dit mondt uit in een aantal hypothesen over te verwachten verschillen in het functioneren van de teams in beide regio’s.

Lees verder via tijdschriften.boombestuurskunde.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *