11:26
07 april 2020

Protocolcultuur maakt politie vleugellam

Mijn overtuiging in de effectiviteit van de Mission Command leiderschapsstijl vormt in beginsel de rode draad van mijn blogs. Een stijl waarbij  de leiding verantwoordelijk is voor het ‘wat’ en ‘waarom’ maar waarbij het ‘hoe’ wordt overgelaten aan de werkvloer.  Deze organisatorische vrijheid leidt niet alleen tot kwalitatief betere besluiten maar vergroot ook de eigenwaarde van de medewerker. Deze zal zich nog meer met de organisatie, waar hij of zij werkzaam is, gaan vereenzelvigen.

Maar wat nu als er geen sprake meer van intrinsieke motivatie is? Als de medewerker zijn persoonlijke doelen niet meer herkent in de wijze waarop een organisatie zijn missie en de daarbij horende kernwaarden invult?  Bijvoorbeeld omdat de organisatorische vrijheid volledig is overwoekerd door voorschriften en protocollen. Spijtig genoeg doet deze situatie zich voor bij de Nationale Politie. Marco Witte verzorgde een aantal masterclasses verandermanagement aan de Politieacademie en kwam tot de volgende conclusie. “De professionele ruimte van politiemedewerkers is ondergesneeuwd door een doorgeschoten regel- en verantwoordingsdrang. Het is daardoor risicovol geworden om moedig en doortastend op te treden in ongewone situaties. Daarnaast heeft de politieorganisatie de menselijke maat en sociale context van het politiewerk uit het oog verloren. Een cultuurverandering is noodzakelijk en wel een die die professionele ruimte en onderlinge binding van medewerkers herstelt”.   

Zo had de politie te veel oog voor de voorschriften en protocollen en werd er te weinig gedaan aan de veiligheid van Linda van der Giessen, toen deze verpleegkundige vorig jaar door haar ex-vriend ernstig werd bedreigd. Ondanks de aangifte van stalking en bedreiging, waarbij van der Giessen opgenomen telefoongesprekken en duplicaten van e-mails van bedreigingen aan de politie kon overhandigden en haar hulpkreet dat haar ex een vuurwapen had aangeschaft, werd er geen actie ondernomen. Twee weken later werd zij in koelen bloede door hem doodgeschoten. In een verhoor door de Commissie Eenhoorn geeft politiechef Hans Vissers toe “dat de veiligheid van het slachtoffer op de eerste plaats had moeten staan en niet het opbouwen van een strafrechtelijk onderzoek tegen haar ex-partner”.

Binnen de politie bestaat veel onvrede over de eigen prestaties. Het vorige week verschenen rapport ‘Handelen naar waarheid’, mede opgesteld door Michiel Princen en Dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie in Apeldoorn, geeft aan dat de moord op van der Giessen niet op zich staat. Het rapport beschrijft een onthutsend beeld over de gebrekkige kwaliteit van rechercheurs en het ontbreken van een cultuur om elkaar op professionaliteit en kwaliteit aan te spreken. “Door alle regels en de interne onrust als gevolg van de reorganisatie binnen de politie is de politie bang om fouten te maken. Rechercheurs durven het hoofd niet meer boven het maaiveld uit te steken”. Kop citeert een ervaren rechercheur die over zijn collega’s verzucht, “Er wordt in problemen gedacht en niet in oplossingen. Men wil zich op allerlei mogelijke manieren indekken”.  

In de Telegraaf van gisteren gaat John van den Heuvel verder in op de inhoud van dit rapport. “Iedere poging, om de bureaucratie en de wegkijkcultuur binnen de politie te veranderen, strandt. Daar spelen de vakbonden ook een bedenkelijke rol in. In plaats van mee te werken aan een moderne organisatie, waar flexibiliteit en belonen naar prestatie kernpunten zijn, houden de bonden krampachtig vast aan onverwoestbare rechtsposities van het personeel. Vrijwel iedere recherchechef zit opgezadeld met grote groepen futloze, ongemotiveerde bureautijgers, vaak met meer dan dertig dienstjaren, die niet meer vooruit te branden zijn. Zij hebben een negatieve invloed op jongere collega’s die wel willen. Gevolg: talentvolle, goed opgeleide rechercheurs houden het na een paar jaar voor gezien en vertrekken naar het bedrijfsleven”.

Ik ben ervan overtuigd dat iemand die politieman/vrouw wil worden zich voelt aangetrokken en aangesproken door de inhoud van de Beroepscode Politie. Een code die met statements als:

  • De politie handhaaft de wet en is het gezag op straat.
  • In noodsituaties grijpt zij dwingend in.
  • Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Als het nodig is met geweld en gevaar voor eigen leven.

aan duidelijkheid niets te wensen overlaat en met de kernwaarden, Integer, Betrouwbaar, Moedig en Verbindend, glashelder is waar zij voor staat. Alle ingrediënten zijn dus aanwezig voor een intrinsieke motivatie en ‘shared values’.De feitelijke situatie is echter anders. De one-liner “Ik zeg wat ik doe en ik doe wat ik zeg” uit de Beroepscode Politie is inhoudsloos geworden en maakt confronterend duidelijk dat er een kloof gaapt tussen ambitie en werkelijkheid. Het overbruggen van deze kloof is in eerste instantie geen verantwoordelijkheid van werknemers op de werkvloer binnen de Politie, maar één voor de top. De Korpschef en zijn leiding zijn eerst aan zet. Het is hun taak om te investeren in het ontwikkelen van een collectieve ambitie. Zij moeten investeren in het doorleven van en trots zijn op de sterke kernwaarden van de politie. De top zal ook de vakbond ervan moeten overtuigen dat “krampachtig blijven vasthouden aan verworvenheden uit de prehistorie” schadelijk is in het algemeen politie belang.

Tenslotte moet de politietop de zinsnede uit de Beroepscode Politie over professionele ruimte (“Als een protocol, procedure of werkwijze niet of onvoldoende werkt, hebben wij de professionele ruimte om te handelen zoals wij op dat moment juist achten”) nu eens gaan waarmaken.  Dat verschaft de politieagent op de werkvloer de vrijheid van handelen en de noodzakelijke rugdekking om zijn werk goed te doen zonder zich zorgen te hoeven maken afgerekend te worden op het niet volgen van procedures.

Bron: LinkedIn   Mission Command

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *