10:05
30 maart 2020

Preventie en de aanpak van radicaliseren en terrorisme: een herziening

Preventie en de aanpak van radicaliseren en terrorisme: een herziening

Carl H.D. Steinmetz. (2019). Preventie en de aanpak van radicaliseren en terrorisme: een herziening. Tijdschrift voor Veiligheid (18) 3-4, 3-13.

Ongeveer de helft (54%) van de Nederlandse GGZ-instellingen heeft patiënten die radicaliseren. Deze kraamkamer van radicale verliezers verdient meer aandacht. Dat lukt alleen als de GGZ uit het vastgelopen discours treedt dat radicaliseren geen stoornis is. Een voedingsbodem van deze en andere kraamkamers zijn, naast sociale en psychologische invloeden, grieven over sociale, economische en gezondheidsongelijkheden, opvattingen over het buitenlands beleid (Bhui et al., 2014), en ook de oorlogen die jaarlijks vanaf 1798 door de Verenigde Staten worden geïnitieerd, al dan niet met hulp van het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie en dus ook Nederland (Middelkoop, 2018). In dit artikel wordt gepleit om ‘vuur niet met vuur’ te bestrijden. Gepleit wordt voor het toepassen van ‘Activisme van de Hoop’ (Lleshi, 2018) dat eigen grootvaders kent, zoals Martin Luther King, Mahatma Gandhi en Nelson Mandela. Tot slot wordt voor alle onderwijs- en hulpverleningsinstellingen een handelingsperspectief aangedragen voor de aanpak van jonge mensen in de tumultueuze fase van de adolescentie.

Mahatma Gandhi zei: ‘Met onvrede kun je geen vrede kweken. Dat is tussen doornen naar druiven zoeken. Nederigheid heelt wonden, arrogantie verergert ze’ (Gandhi, 2017). Deze les in preventie kan mogelijk door de GGZ, wijkteams, welzijnsorganisaties, politie, veiligheidskundigen en lokale gemeentepolitici worden omarmd bij de aanpak van radicaliseren en terrorisme door gemeenten (steden en dorpen). Juist het tegendeel doet opgeld. Voortdurend worden oudbakken opvattingen en feiten over radicaliseren en terrorisme te berde gebracht waardoor nieuwe wonden ontstaan of bij oude wonden de korsten worden opengereten; dit laatste treft vooral moslims in Nederland (Aharouay, 2018).
Dit betoog over een preventieve aanpak van radicaliseren en terrorisme dat noopt tot nederigheid, leunt op een aantal sleutelbronnen. Allereerst een onderzoek waarover is gerapporteerd in ‘Niets is wat het lijkt. Patronen van bedrog’ (Middelkoop, 2018), dat mogelijk heeft geleid tot de opmaat van de ‘Radicale Verliezer’ (Van Buren, 2016). In de tweede plaats onderzoeksgegevens waaruit valt af te leiden dat de GGZ een verwaarloosde kraamkamer is van ‘Radicale verliezers’. Het ministerie van VWS stelde een openbaar rapport over dit onderzoek bij alle Nederlandse GGZ-instellingen naar de aanpak van radicaliseren en terrorisme en de (recentste) aanslagen in Nederland niet op prijs. In de derde plaats een enquête (Bhui et al., 2014) die is afgenomen in twee Engelse steden bij vrouwen en mannen tussen de 18-45 jaar met een moslimachtergrond voor wie een vragenlijst is ontwikkeld die SyfoR heet. In deze vragenlijst zijn onder meer vragen opgenomen over het oordeel van de ondervraagden over Engelse troepen die zijn afgereisd naar Irak en Afghanistan en verder een oordeel over het tegen deze troepen vechten. In de vierde plaats een review over Europese jongeren waaruit blijkt dat de psychopathologische uitingen bij adolescenten vele gelijkenissen vertonen met mechanismen gedurende het proces van radicaliseren (Campelo et al., 2018).
De oproep van Mahatma Gandhi tot nederigheid en het onderhavige betoog nopen tot een herziening van de preventielessen die worden uitgedragen door instanties die binnen de context van Nederlandse gemeenten zich inzetten voor de aanpak van radicaliseren en terrorisme. Nu worden Nederlandse gemeenten op hun wenken bediend door het actieprogramma Integrale aanpak Jihadisme van het NCTV1 (waaronder handreikingen gemaakt, een ‘Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicaliseren’ opgericht en een Informatieportaal).

Lees verder via tijdschriften.boomcriminologie.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *