10:29
10 december 2018

Over DNA-profielen

Over DNA-profielen

Toen op 1 februari 2007 de Master Forensica Criminologie en Rechtspleging aan de Universiteit Maastricht van start ging, werden studenten tijdens de eerste onderwijsbijeenkomst in het vak Criminalistiek en Forensisch DNA gevraagd om middels een zogenaamde ‘swab’ met een wattenstaafje wat speeksel af te geven, zodat zij later in het DNA-lab konden zien hoe daarmee een DNA-profiel (streepjescode) werd aangemaakt.

Iedereen deed enthousiast mee. De rest van de bijeenkomst was eraan gewijd of ze zich wel realiseerden hoeveel informatie ze – geheel vrijwillig – hadden prijs-gegeven. Voorzichtigheid met betrekking tot onze privacy zit ons kennelijk letterlijk niet in de genen.

DNA-onderzoek is een belangrijk opsporings- en bewijsmiddel in strafzaken. Sinds 2004 wordt op grond van de Wet DNA-V(eroordeelden) van iedereen, die veroordeeld is voor een voorlopige-hechtenis-feit en aan wie een vrijheidsbenemende of -beperkende straf (taakstraf) is opgelegd, celmateriaal afgenomen om een DNA-profiel aan te maken. Zowel het celmateriaal als het profiel wordt afhankelijk van de ernst van het feit 20, 30 of 80 jaar opgeslagen in een DNA-databank. Die databank wordt geraadpleegd als bijvoorbeeld op een plaats delict of een voorwerp waarmee een delict is begaan, DNA-sporen worden aangetroffen. Een match levert belangrijk bewijs op voor betrokkenheid bij het strafbare feit. De officier van justitie mag alleen afzien van het geven van een DNA-bevel als het om een veroordeling gaat voor een feit waarbij DNA-onderzoek geen rol kán spelen zoals meineed of op grond van bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is begaan, bijvoorbeeld dat de dader zodanig invalide is geraakt dat recidive onmogelijk lijkt. Tegen de opname van het DNA-profiel in de DNA-databank kan bezwaar worden gemaakt bij de rechter.

Lees verder via njb.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *