07:31
26 februari 2021

Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling

Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling

In het Tijdschrift voor Criminologie wordt regelmatig aandacht besteed aan jeugdcriminaliteit. Uit een cijfermatig overzicht dat werd opgemaakt in het kader van 50 jaar TvC (Rovers & Boers, 2009) komt naar voren dat de term ‘jeugdcriminaliteit’ zelfs afgetekend op nummer 1 staat in de top 15 van meest toegekende trefwoorden in de geschiedenis van het tijdschrift. In 1995, inmiddels alweer 25 jaar geleden, verscheen ook een themanummer over dit onderwerp, getiteld ‘Zin en onzin over jeugdcriminaliteit’. In de inleiding van dat nummer constateerde de redactie dat zich in de beeldvorming over jeugdcriminaliteit enkele belangrijke veranderingen hadden voorgedaan. Waar eerder vooral nadruk lag op relatief onschuldige delicten, voornamelijk gepleegd door jongens tijdens het opgroeien, leken de berichtgeving en discussie over jeugdcriminaliteit verontruster te worden. Media en politiek spraken in toenemende mate over een kleine groep jongeren, ‘de harde kern’ genaamd, die op steeds jongere leeftijd steeds ernstiger delicten pleegden en gewelddadiger zouden zijn. Met het themanummer wilde de toenmalige redactie de nieuwe veronderstellingen tegen het wetenschappelijke licht houden. De bijdragen van dit themanummer geven vervolgens een genuanceerd beeld van deze ontwikkelingen, aan de hand van verschillende databronnen en invalshoeken, inclusief politiecijfers en zelfrapportageonderzoek.

In 2007, ondertussen alweer dertien jaar geleden, schreven Bruinsma en Weerman in TvC de bijdrage ‘Vernieuwingen in de verklarende jeugdcriminologie’ (Bruinsma & Weerman, 2007). In dit artikel werd een drietal thema’s besproken waarin zich toen recent nieuwe ontwikkelingen hadden voorgedaan: (1) de ontwikkeling en latere levensloop van daders, (2) de invloed van vrienden op het criminele gedrag van jongeren, en (3) de impact van de gelegenheid in de geografische of ruimtelijke context op criminaliteit. Deze drie thema’s zouden zichzelf, aldus de auteurs, opnieuw hebben uitgevonden in pakweg het decennium voorafgaand aan hun bijdrage. Recent onderzoek op dit terrein zou hebben gezorgd voor ‘nieuwe antwoorden op oude vragen’.
Meer dan een decennium later is het domein van de jeugdcriminologie nog steeds in verandering. Er hebben zich belangrijke ontwikkelingen in omvang en aard van de jeugdcriminaliteit voorgedaan die schreeuwen om verklaring en nader onderzoek. Mede door de opkomst van internet en sociale media ontwikkelden zich nieuwe fenomenen en delictsvormen en is de sociale context van klassieke vormen van delinquent gedrag veranderd. Hoog tijd voor dit tijdschrift om opnieuw de balans op te maken. In dit dubbele themanummer gaan we opnieuw op zoek naar ‘nieuwe antwoorden op oude vragen’, maar gaan we ook op zoek naar nieuwe thema’s en uitdagingen, en exploreren we eerste antwoorden op deze nieuwe vragen.

De daling in jeugdcriminaliteit sinds 2007
Misschien wel het meest in het oog springende fenomeen sedert de publicatie van Bruinsma en Weermans artikel is de daling van de (geregistreerde) jeugdcriminaliteit (figuur 1). Sinds het midden van de vorige eeuw was de geregistreerde jeugdcriminaliteit (de bij de politie bekende jeugdige verdachten van een misdrijf) gestegen, met een piek rond het midden van de jaren 1990 (rond het verschijnen van het vorige themanummer) en na een tijdelijke lichte daling weer een gestaag stijgende trend. Het artikel van Bruinsma en Weerman verscheen in 2007 op het moment dat de geregistreerde jeugdcriminaliteit hoog was. In het decennium daarna daalde het aantal jongeren dat verdacht wordt van criminaliteit echter aanzienlijk (Van der Laan & Weijters, 2015). Dat is in Nederland zo, maar met enige variatie en foutenmarges geldt deze observatie voor nagenoeg de hele westerse wereld, of althans de landen waar cijfers met betrekking tot jeugddelinquentie beschikbaar zijn (zie o.a. Berghuis & De Waard, 2017; Van der Laan & Beerthuizen, 2018). Bovendien corresponderen deze trends in de geregistreerde jeugdcriminaliteit met die van de algemene criminaliteit, al zette de daling daar nog eerder in (zie o.a. Van Dijk e.a., 2012; Farrell e.a., 2011). En tot slot is de daling, zowel bij jeugdigen als bij volwassenen, niet alleen zichtbaar in de geregistreerde cijfers van politie en justitie, maar ook (hoewel in minder uitgesproken mate) in slachtofferenquêtes en zelfrapportagestudies (Van der Laan e.a., 2017).

Lees verder via bjutijdschriften.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *