07:00
20 januari 2022

Blaffende honden bijten niet…..column door Bennie Beuvink

Blaffende honden bijten niet…..column door Bennie Beuvink

Net zoals veel jongeren van mijn leeftijd, geboren in 1957, moest je iets bijverdienen omdat de ouderen van toen geen geld hadden voor hun kinderen.

Ik had een krantenwijk en wel een bijzondere namelijk buiten de bebouwde kom en ik moest een groot aantal boerderijen langs. Dat betekende veel kilometers en weinig kranten. Een andere bijzondere bijkomstigheid wil ik met jullie delen. Bij de meeste boerderijen is een erf dus voordat je bij de voordeur bent dien je nog enige tientallen meters af te leggen. En wat ze ook hebben is een erfhond. Dat is niet een hond die ze geërfd hebben maar eentje die in vliegende vaart komt aanrennen. Ik bleef dan stilstaan in bange afwachting wat er ging gebeuren met de fiets als enige bescherming en het laatste nieuws. Ik hoopte vurig dat ik niet zelf in de krant zou komen. Wat al snel bleek dat blaffende honden niet allemaal bijten maar al snel teruggaan naar de baas die allemaal zeggen dat hij of zij niets doet. Toch waren er enkele die de haren in de nek hadden en lang grommend naar me keken en dan was stilstaan de enige optie.

Na enkele maanden gebeurde er bij die boerderijen iets merkwaardig. De agressieve honden kwamen wel en de haren en de agressie bleef maar er was iets van herkenning tussen de hond en mij waardoor de bezorging op den duur toch sneller verliep. Het werd nooit helemaal goed want dat gebeurt alleen in sprookjes.

Later kwam ik als agent op het woonwagenkamp te werken. Samen met een ervaren wijkagent leerde ik over deze bijzondere leefgemeenschap. Alles leek een beetje anders. De lagere school had zich aangepast en het leek of verkeersregels iets minder streng gecontroleerd werden want ik zag op het kamp de jongens altijd zonder helm rijden en niemand leek dat op te vallen.

Op een dag, deze keer zonder mijn collega, moest ik een gerechtelijk schrijven uitreiken in persoon. Ik wilde weten van omstanders op het kamp waar ik hem kon vinden. Ik werd verwezen naar een woonwagen met als erfgrens een houten hekje. Ik riep luidkeels wie ik was en betrad het erf. Vanonder de woonwagen kwam een klein hondje met scherpe tandjes die gelijk mijn broekspijp te pakken had. Nu kwam mijn ervaring van pas als krantenjongen.

Ik beleef rustig staan en keek naar de hond en die keek terug en liet langzaam mijn pijp los. Omdat er verder niemand kwam wachtte ik even en liep toen rustig weg. De hond ging weer terug onder de woonwagen en ik vertelde aan de omstanders dat hij niet thuis was. Later hoorde ik dat ze altijd onbekenden naar die woonwagen stuurden vanwege de hond.

Ik kwam nog veel vaker op het kamp en net zoals bij mijn krantenwijk gebeurde er iets merkwaardigs. Na mate je langer kwam en altijd met de bedoeling “om de krant “ te brengen wenden we aan elkaar. De reacties naar mij werden minder maar enige afstand bleef. Sommige mensen hebben mij altijd op afstand gehouden maar accepteerden wel dat ik er was en iets kwam doen.

Ik hoorde van Elwin Veldhuis (Haags Congres Bureau) dat men met elkaar wil gaan nadenken welke manieren er zijn om mensen die wonen op dergelijke locaties op een goede manier te bereiken zodat er sprake is van een duurzame samenwerking.

Mijn advies; neem de tijd om aan elkaar te wennen.

Bennie Beuvink

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

elf − 9 =