11:37
23 februari 2018

Misbruik van recht in Wob-zaken

Misbruik van recht in Wob-zaken

Op 27 december 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich opnieuw uitgelaten over de omstandigheden die misbruik van recht door een Wob-verzoek opleveren (ECLI:NL:RVS:2017:3580, ECLI:NL:RVS:2017:3581). Deze uitspraken kunnen als een aanvulling op de principiële uitspraken van de Afdeling van 19 november 2014 worden beschouwd (ECLI:NL:RVS:2014:4129, ECLI:NL:RVS:2014:4135). De Afdeling zette daar de algemene lijn over misbruik van recht uiteen.

In de uitspraken van 19 november 2014 bepaalde de Afdeling ten eerste dat het Burgerlijk Wetboek (BW) een grondslag biedt voor niet-ontvankelijkheid in bestuursrechtelijke zaken waarbij misbruik van recht wordt gemaakt. Op grond van artikel 3:13 van het BW geldt dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt, haar niet kan inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Artikel 3:15 van het BW bepaalt daarnaast dat de regeling van artikel 3:13 ook buiten het vermogensrecht van toepassing is als de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet. Nu het bestuursprocesrecht zelf geen regeling kent die bepaalt dat een betrokkene op grond van misbruik van bevoegdheden niet-ontvankelijk wordt verklaard, biedt het BW hiervoor de wettelijke grondslag.

Lees verder via kvdl.nl

Meer leren over de Wob en de Woo van Jan van der Grinten? Kom naar de Nieuwspoort Seminarreeks ‘De Juridische Overheid 2018’ die start op 27 maart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *