10:02
11 december 2017

Column Radicalisering: oorlog of vrede

Column Radicalisering: oorlog of vrede
Ieder mens maakt een individuele ontwikkeling door in relatie tot zijn sociale omgeving, in armoede of in rijkdom, als Nederlander of als medelander, als christen of islamiet, in prachtwijk of Vinexwijk, als multiprobleemkind of zondagskind. Al deze factoren hebben invloed op de individuele ontwikkeling van mensen. Binnen deze kaders denken we in Nederland als het gaat om sociaal maatschappelijke problemen.
De laatste jaren is het marktmechanisme het dominante ordeningsprincipe van ons economisch maatschappelijk handelen. Na het vallen van de Berlijnse muur, het failliet van het staats socialisme en het moment waarop de liberale samenleving breed werd omarmd, zien we een nieuwe opkomst van het wij/zij denken. Het lijkt wel of we als mensen een innerlijke drive hebben om ons af te zetten tegen het verdorven andere om een eigen identiteit te waarborgen.

En dus onderscheiden we “Wij in de Beerzen en zij in Oirschot”, “wij de boeren van PSV en zij de joden van Ajax”, enzovoort. We houden onze wereld het liefst heel simpel, of je bent voor of tegen de opvang van vluchtelingen, of je bent voor of tegen buitenlanders, alle islamieten zijn terroristen en alle westerlingen verdorven kapitalisten. Uitgesproken meningen en groeperingen die voor een bepaalde mening beeldvormend zijn, zoals motorbendes, Hooligans, Jihadi of pegida zijn aantrekkelijk en uitdagend voor zoekende jongeren die weinig of niets te verliezen hebben.

Radicalisering kan worden begrepen vanuit de groepsdynamica, als een vorm van kiezen en overleven in een vijandige omgeving. Wie wil nu niet ergens bij horen. Veel opgroeiende jongeren maken een periode van een uitgesproken vorm van zich manifesteren en onderscheiden mee. Jongeren die zich afzetten tegen de gevestigde orde en op zoek zijn naar een nieuwe identiteit en zekerheid. Supportersclubs, studenten verenigingen, motorclubs, hanggroepen etc., bieden duidelijke kaders als het gaat om erbij of er niet erbij horen.

In de puberteit hebben veel jongeren in meer of in mindere mate twijfels over zichzelf, hun identiteit, hun maatschappelijke status en hun perspectief. Er kan sprake zijn van problemen thuis, of van culturele verwarring. Er is de verleiding van drugs, drank en glitter die je kunnen helpen om gevoelens van minderwaardigheid naar de achtergrond te drukken. Hier is niets vreemds aan in het leven van een moderne jonge christen of islamiet in een complexe individualistische concurrentiesamenleving.

En dan ineens word je aangesproken op een sterke identiteit, op iets spannends, iets verhevens, je kunt ergens bij horen, je bent iemand, anders dan anderen. In deze fase van beginnende groepsidentiteit staan alle zintuigen wijd open, je neemt alles van een sterke leider voor zoete koek aan. De informatie die je krijgt van kwaadwillende sujetten is er op gericht om het andere en de anderen weg te zetten als minderwaardige, domme, niet uitverkoren zwakke loosers, minder waardige wezens. Zij de anderen ( buitenlanders, ongelovigen) zijn de schuld van alle kwaad en wij (de ware gelovigen) zijn veel beter, heldhaftiger, godvrezender, en dus waarachtig uitverkoren.

Tot hier is er nog niets extremistisch in de orde van grootte waar we het tegenwoordig over hebben over radicaal rechts en extremistische Jihadi . Vee l voetbalsupportersclubs, ideologische clubs als wakker dier en Greenpeace maken gebruik van het polariserende en identificerende groepsmotivatieproces. Maar het wordt pas echt eng als er gestuurd wordt vanuit kwaadwilligheid en destructiviteit.

In het isolerende verhardende stadium worden morele grenzen overschreden. Dit gebeurt niet alleen bij jihadi maar ook bij loverboys, criminele bendes en sektes. De leden worden voorbereid op iets groots. Maar daar moeten ze wel offers voor brengen, zoals afstand nemen van vrienden en familie. Want jij hoort bij dit uitverkoren gezelschap en de anderen met wie je een band had willen je daarvan weerhouden. Door dat te geloven komen mensen op een glijdend vlak waarop ze steeds verder afglijden. Eenmaal opgenomen in de groep volgen training en ontbering, afhankelijkheid van drugs, om de jongere voor te bereiden op het ultieme doel. De weg terug wordt afgesloten, niet alleen door de groep die de jongere angstvallig vasthoudt, maar ook door de maatschappij die geen weg terug biedt. De jongere wordt veroordeeld als crimineel die al zijn rechten heeft verloren. Tegelijkertijd wordt de jongere voorgehouden dat hij door een daad van zelfvernietiging voor het hogere doel in het hiernamaals beloond wordt. Of dat hij met een ramkraak voor de rest van zijn leven van rijkdom is verzekerd.

De moraal van het verhaal
Wijzen naar de Jihadi of ontspoorde jongeren is maar een deel van de werkelijkheid in een polariserende samenleving. In een eerder artikel schreef ik dat haatzaaiende politici en de verdeeldheid van het redelijke politieke midden de voedingsbodem vormen voor een sfeer van uitsluiting. Roepen om vergelding en stigmatisering vergemakkelijkt het creëren van een wij/zij werkelijkheid voor kwaadwillende ideologen.

Oog hebben voor de niet altijd even prettige sociale omgeving van het kwetsbare zoekende individu kan verharding voorkomen.

Investeren in positief contact met groepen jongeren waarbij het creëren van maatschappelijke mogelijkheden centraal staat helpt.

De echte politieke keuze van het moment is: zetten we in op een opvoeding tot haat of investeren we in een samenleving van begrip en respect

Raf Daenen wethouder Oirschot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *